Kennismaking met...

Blues Alpe d'Huez

Blues Alpe d’Huez
De ultieme uitdaging


De Marmotte
We hebben er steeds vet voor getraind. De Marmotte, die kuitenbijter van 174 km. De super cyclosportiever met al die legendarische Tour de France plekken en bergen. De doelen waren verschillend. Nico, die de minste trainingkilometers pleegt te hebben, wilde binnen 12 uur binnen zijn. Gerard, die nooit het achterste van zijn tong laat zien, wilde daar niets over kwijt. Voor Kees, een sterke lange afstand schaatser, was het de eerste keer. Sterker nog, hij was nooit verder gekomen dan de heuvels van Bloemendaal. Het Kopje dus. Voor mezelf stelde ik goud in het vooruitzicht. In mijn leeftijdsklasse lag de limiet op 9 uur 36 minuten.

Bourg d’Oisans
Camping La Rencontre du Soleil. Precies aan de voet van Alpe d’Huez. Vlak voor de eerste bocht links het pad dat naar de camping leidt. Een oase voor fietsers en berggeiten. Overal aankomende en wegrijdende renners. Geparkeerd tegen de vele bomen op de camping staan de mooiste raspaardjes van racers die je maar bedenken kan. De fietsen worden met tederheid behandeld. Ze blinken in de zon die over de beroemde berg naar beneden schijnt op de camping. Poetsende mannen en vrouwen die het maar over een ding hebben. De monstertocht die nadert. Renners uit Nederland, Frankrijk, Belgie, Denemarken, Duitsland, Spanje, Italie, Canada, Verenigde Staten, Mexico ... Op deze kleine camping kamperen zo’n 200 deelnemers aan De Marmotte. De vallei rond het dorp Bourg d’Oisans herbergt er in totaal 6000. La Rencontre du Soleil, de plek waar we de laatste twee jaar hebben gestaan in onze laatste fase op de voorbereiding van de Marmotte.

Alpe d’Huez
Het gaat als vanzelf. De berg trekt aan als een magneet. Eerst een half uur warm rijden in de vallei. En dan het startdoek onderdoor. Ongeveer een kilometer naar de voet van de berg. Linksaf door de bocht en de klim is begonnen. Altijd hetzelfde liedje. Altijd de goede raad van Steven Rooks in de wind slaan. “Begin rustig, aan de voet is hij het stijlst, 11%, je komt vanzelf in je ritme”. Ja hoor, meteen druk op de ketting. Doorhalen. Om vervolgens hijgend door de eerste bocht te gaan. Een tandje terug schakelen. En eigenlijk pas echt in het ritme komend bij het eerste dorpje La Garde en Oisans op 965 meter. Voorbij het kerkhof waar de Hollandse pastoor ligt begraven die altijd de klok luidde boven op de berg wanneer er een Hollandse renner als eerste aankwam in de etappe naar Alpe d’Huez.

Altijd weer een kick om na een jaar boven te komen. Binnen het uur? Nee, een uur en vijf minuten. En Kees die nog nooit een berg heeft gezien, flikt het in een uur en een paar seconden. Dat belooft wat. Die gaat straks aan de haal in het echte werk. Ik ken hem. Een krachtmens. Zit geen maat op. Maar wel altijd met de koffiemolen omhoog. In een hoog ritme en met een hoge hartslag. Hij heeft de gele Kronenborg rakkers klaar staan als ik mijn Trek parkeer tegen de houten wand van het terras. Als dat maar bij die ene blijft. We moeten nog terug naar beneden. Het is warm. Het zweet druppelt vanonder mijn zonnebril via mijn kin naar beneden. Ik hoor de druppels vallen op de houten vlonder.

De stoet omhoog
Het is hier altijd een ware happening van wielergekken. Allemaal wielershirts en broeken in bonte kleuren. Eerste rang zit je hier. Achter mekaar komen er renners omhoog. Er komt geen eind aan. Sommigen hebben nog de behoefte een sprint te trekken. Kennelijk afgesproken met wielermaatjes “wie het eerste boven is...”. Anderen krijgen de trappers nauwelijks meer rond. Het zweet gutsend op het asfalt waarop de namen zijn gekalkt van grote Hollandse renners. Kees is even naar een uitspanning geweest een paar meter verderop. Hij komt terug met een Alpe d’Huez t-shirt. “Voor Stijn,” zegt hij. Zijn zoon.

Toen ik vorig jaar de Marmotte reed, had ik aan de voet van Alpe d’Huez, de laatste van de vijf bergreuzen, 1 uur en 50 minuten over om goud te halen. Mijn doel leek gehaald. Ik voelde me nog goed. Dus het mocht geen probleem zijn om nog eens vet uit te halen op de berg. Ik zag Hennie Kuiper voor me fietsen. En Peter Winnen. En Gert Jan Theunisse. En Joop Zoetemelk. Maar wielrennen is ondoorgrondelijk. Na 2 kilometer, nog voor La Garde, stortte mijn wereld in. Plotsklaps vloeiden de krachten uit me weg. Mijn benen stonden stil.
Ik moest stoppen en sleepte me naar de stenen rand waar ik op ging zitten om trillend tot bedaren te komen. De gehele weg omhoog moest ik dit ritueel nog acht keer herhalen. Na 1 uur en 53 minuten was ik boven. Net te kort voor goud. Een desillusie. Maar veel ervaring rijker. Nou, dat zou dan over drie dagen wel blijken.

De gebroeders Nico en Gerard de Wit komen gebroederlijk binnen. Allebei een p.r. gereden, geven ze te kennen. 1 Uur en 16 minuten. Best goed voor een paar marathon lopers die de fiets alleen van stal halen als de temperatuur boven de 20 graden is en de zon dan ook nog moet schijnen. Ze willen niet voor elkaar onder doen.
De renners komen nu in drie tot vier rijen dik naar boven. Het is een groot peloton wat zich op de flanken van de berg en door de haarspelbochten omhoog wurmt. Het kijkt hier wel een bedevaartsoord. En dat is het eigenlijk ook. Ik kijk in het grijzende gezicht van Kees. In zijn zonnebrilglazen weerspiegelt zich aan mij een opstootje. Er wordt een stuurfout gemaakt door een renner in een groen shirt. Hij raakt het stuur van een renner in het rode tenue van Confides. In de scrimmage die volgt worden nog een aantal renners meegetrokken. Het is een piepen van remmen. Het akelige geluid van metaal op metaal. Het schelden en paniekerige stemmen. Het is dat ik pas aan mijn eerste biertje bezig ben, anders zou ik denken dat het een heuse finish was met echte profs.

De stoet omlaag
Als de zon dreigt onder te gaan, besluiten we terug te gaan naar de camping. Het is inmiddels flink afgekoeld. Het ademende windjack bewijst goede diensten. Aanvankelijk zijn het lange afdalingen en flauwe bochten naar beneden. Maar voor je het weet ben je al bij de haarspeldbochten. Het is oppassen geblazen. Veel renners gaan nog omhoog en veel gaan er nu naar beneden. Bovendien is het een komen en gaan van auto’s en colonnes bussen versperren de weg. Wat die hier allemaal zoeken weet ik ook niet maar er is gewoon onvoorstelbaar veel gemotoriseerd vervoer op de weg.
Het is rijden van auto naar auto. Als het mee zit, hang je in een lint achter alkaar. Maar al snel weer drie rijen dik. Voor de bocht achter een auto blijven hangen en in de bocht scherp binnendoor. Veel getoeter is het automatische effect. Het dorp Bourg d’Oisans wordt plotseling halverwege de afdaling zichbaar. Ver weg als een fata morgana in het dal. Bij elke bocht wordt het dorp groter.

Het is meteen een oefening om bergafwaarts je handen laag in de beugels te houden. Zo heb je veel grip op de remhandels. Je moet het maar eens proberen om te remmen met je handen liggend op het stuur. Na drie bochten is alle kracht uit je handen verdwenen.
Iin zo’n afdaling heb je correcte rijders, angsthazen en kamikazepiloten. Daar stel je je op in. Het valt op hoeveel waaghalzen elkaar opnaaien en een bus links of rechts passeren om vervolgens een aantal auto’s slalommend voorbij te gaan. Zonder te remmen. Soms geen helm op met de haren in de wind. Daarna kom je ze meestal niet meer tegen. Geplet tegen een muur bedoel ik. Toegegeven, het blijft een kick om hard af te dalen en in de bochten voluit in te gaan. Maar dat kan je in de afdaling van Alpe d’Huez beter laten.

De blues begint
Na drie dagen licht rondrijden is het zover. De eerste zaterdag in juli. Bourg d’Oisans palt uit haar voegen in de vroege ochtend. Om zeven uur verschijnen we op de toegangsweg naar de start. Om acht uur kunen we feitelijk starten. De stopwatches worden ingedrukt als we over de “Depart” mat rijden. Het valt niet mee om zes duizend renners het veld in te krijgen door de smalle straten van het dorp. Het lijkt wel de nationale feestdag, la quatorze juillet. Wat een volk staat er langs de straten en wegen om ons uit te geleiden. Met toeters, ratels en vlaggetjes.

Nauwelijks zitten we op de provinciale weg of Kees en ik sluiten aan bij een groep renners die er verschrikkelijk hard aan trekken. Kop over kop de eerste 10 kilometer, waarna erbij Rochetaillee rechtsaf wordt geslagen richting voet van de Glandon. “Dit lijkt me geen goed tempo,” probeer ik met Kees te overleggen. Maar Kees heeft besloten voor de hoofdprijs te gaan. “Wat we nu aan tijd winnen, komt aan het eind van de rit naar ons toe”.

Op de Glandon banen we ons breed uitgemeten omhoog. Ik zoek mijn ritme op mijn Ultegra tripple. Mijn aanvankelijk licht gehijg gaat al snel over in een rustige ademhaling.
Gestaag gaat het omhoog. Langzaam maar zeker passeer ik renners. De enige die ik niet passeer is Kees. Tergend langzaam kruipt hij bij me weg. Een half uur blijf ik zicht op hem houden. Dan is hij weg. Op weg naar zijn goud. Naar een andere tijd dan mij. Maar dat is logisch als je veertien jaar jonger bent. Zeker in de bergen.

Oponthoud
Gedurende de gehele klim van de Glandon rijdt er een groep Italianen achter me. Vijf mannen en een vrouw. Het groepje zingt regelmatig Napolitaanse liederen. Best gezellig en het leidt af. Een van de Italianen praat, als er niet gezongen wordt, de hele klim door. Met een harde stem die weerkaatst in de bergketen. Hij moet wel acht liter lucht in zijn longen hebben. En hij gaat er niet af. Soms komt hij zelfs naast me rijden. Met zijn hoofd naar achteren gedraaid blijft hij door raaskallen naar zijn wielervrienden uit Bergamo, naar ik vernam. We komen gezamenlijk boven op de Glandon aan. We lopen daar in een fuik. Een dikke twee duizend renners versperren de weg en het talud van de bergtop. Er is een ongeluk gebeurd, horen we al snel. In het begin van de afdaling heeft iemand de macht over het stuur verloren en twee verkeersregelaars meegenomen in zijn val naar beneden. Twee doden gonst het in verschillende talen door de groep. Dit bericht wordt later bevestigd. In de lucht cirkelt een trauma helicopter

Gendarmes laten om de minuut kleine groepjes afdalen. Langzaam schuivelen we naar voren. Na ruim drie kwartier is het mijn beurt. Verstijfd begin ik aan de eerste afdaling. Het zal nog een hele klus worden om voor de limiet binnen te komen, speelt het door mijn hoofd. Maar al gauw waait de koude bergwind alle gedachten en mogelijke plannen uit mijn hoofd. Het is nu een kwestie om in de juiste lijn te blijven en daar niet vanaf te wijken. Strak en hard naar beneden. Doordat er met groepjes aan de afdaling is begonnen, blijft de weg overzichtelijk. De teller wijst 79. Er kan nog wel een schepje bovenop. Een langgerekt stuk afdaling nadert. Op weg naar het volgende dal. De temperatuur springt omhoog bij iedere bocht. De teller wijst 85.
Na de afdaling volgt er een snelle weg langs kleine dorpen. Aan weerskanten van de weg worden de bossen afgewisseld met landerijen en oude boerderijtjes. Het landschap is golvend. Het is een kwestie van doorrammen in deze streek. En er wordt hard gereden. Maar concentratie is geboden met de vele krommingen en bochten in de weg. Het is over elven. Ruim drie uur onderweg als we de N6 opdraaien naar het zuid-oosten. Het beeld wordt hier bepaald door snel razend vrachtverkeer, een spoorlijn en de rivier de l’Arc. Er is hier veel industrie. Weinig aanlokkelijk gebied. Je krijgt vanzelf de neiging om hier maar zo snel mogelijk doorheen te jagen. Tot het dorpje St-Michel-de-Maurienne, waar we doorheen rijden, de spoorlijn over, waarna de weg geniepig begint te krullen en te stijgen. Op een richtingwijzer staat Col du Telegraphe.

De Telegraphe
De Telegraphe ligt me niet. Het is een klim die me moeite kost. Waarom weet ik niet. De Galibrier, minstens zo zwaar en ruim twee keer langer, gaat me beter af. Zo was het vorig jaar. Hoe zal het nu zijn?
Nou, de Telegraphe is ook dit jaar een draak. Moeizaam manouvreer ik mijn voorwiel door de bochten. Steeds zoekend naar het juiste spoor. Maar geen moment krijg ik het idee of dat spoor uberhaupt bestaat. Toch moet het er zijn want veel renners passeren me. Zij lijken geen moeite te hebben met deze berg. Vloeiend trappen ze hun 7 kg. lichte fietsen omhoog. De helm voorop het stuur bevestigd. Een stoere bandana beschermt hun hoofd tegen de geselende stralen van de Franse zon. Het is bloedheet. Water. Ik weet dat er om een van die bochten een stopplaats is waar literflessen met bronwater worden uitgedeeld. Hoe lang nog? Mijn mond is kurkdroog. Herhaaldelijk hoor ik me mijn keel schrapen. Mijn benen doen zeer.

Ik voel iemand naast me komen rijden. Ik kijk naar hem. Hij houdt zich in. Schiet toch op man. Rij toch door. Ik voel m’n kribbigheid als verhoogd lactaat in mijn benen stromen.
“Hoi Pieter,” zegt de renner naast me. En ik herken hem aan zijn stem. Hij heet Ger. In juni hebben we nog een landelijke
ambtenarenrit van 160 km. gereden. Uit Hoofddorp komt hij. Een jongen die lang en hard kan rijden. En klimmen kan hij ook blijkt nu. “Dag Ger,” zeg ik met een grimas, “dat je me herkent.” “Aan je Dasia shirt en je houding,” antwoordt Ger. Nu zie ik dat hij ook zijn blauw-wit-met-zwarte-Dasia-letters shirt aan heeft. We snijden naast elkaar de volgende bocht in. Daar is de parkeerplaats met de pallets bronwater. Eindelijk. Verkoelend water en even van de fiets af. M’n reet voelt als een entrecote op de gril. De lege plastic flessen op het wegdek schop ik vooruit de berm in . Bij het zien van al die flessen vocht voel ik de moraal weer stijgen. Een liter water gaat achter mekaar klokkend naar binnen. Ik krijg het gevoel dat Popey ook krijgt wanner hij spinazie achterover slaat. Het is tijd voor een offensief. Aanvalslustig klim ik weer op mijn Trek. De Telegraphe is van mij. Die berg steek ik in m’n broekzak. “Ik zie je wel bij de finish,” roep ik over mijn schouder naar Ger.

Bij Valloire begint de Galibrier
Na de afdaling van de Telegraph is het zaak om aan te sluiten bij een geschikte groep. Dat is nooit een probleem. Er rijden altijd renners met veel inhoud in de Marmotte. En dit keer is het niet anders. Tot Valloire kan de ontstane groep nog flink doortrekken. Dan volgen de 33 kilometer naar de top van Galibrier. Die illustere uitstulping in de Alpen waar de stenen kaal zijn en je nooit van te voren weet of er een ijzige Poolwind woedt.
De eerste kilometers na Valloire zijn niet zo heftig. Ik zit in een groepje met acht renners. Het middenblad is goed te doen met 42x19. Na ca. 10 kilometer wordt het wegdek tergend langzaam stijler. De eerste renner moet er af. Al vrij snel de tweede. Ik moet er als twee na laatste af. Maar dan is het hellingspercentage al 8%. Ik schakel weer terug. Uiteindelijk kan ik niet meer terug schakelen. Daar zal ik het de komende 20 kilometer mee moeten doen.

Het landschap wordt ruiger en ruiger. Bomen zijn er al lang niet meer. Rotsen vullen het landschap. De bodem bestaat verder uit mos en witte bloempjes. Ongetwijveld schuilen er marmotten en gemzen tussen die stenen. Ik krijg ze helaas niet te zien. Die beesten heben niets met wielrenners. Wel nadert de top van de Galibrier. Ver naar boven staan campers langs de weg. Over vier dagen zal de Tour de France hier over heen gaan. Ik zit goed in mijn ritme. De teller komt niet onder de 10 kilometer per uur. En dat is niet zo slecht. De weg wordt nog steeds stijler. Net was er nog een gedeelte van 11%. En het wegdek is ruw en hobbelig. Veel weerstand dus te overwinnen. Aan de hemel, naast de top van de Galibier zijn de besneeuwde toppen van de La Mije goed zichtbaar. Een uitzicht wat je nog stiller maakt. Het is net een spierwit maanlandschap waar de zonnestralen kleurenspectra op loslaten. Met daarboven een staalblauwe lucht met heel af en toe een onbenullig, wollig wolkje. Ook boven de Galibrier is het wolkloos. Dus geen sneeuw of regen. Dat is mooi.

Het sneeuwwater stroomt naast de weg naar beneden. Soms loopt er een stroompje over het wegdek. Ik heb net wat super gel naar binnen gewerkt. En een paar slokken vocht. Even kwam ik in de verleiding om bij een brug te stoppen. Niet gedaan zo vlak bij de top. Ook niet nodig. Ik draai goed. Het lijkt wel of de benen plezier krijgen om de top te nemen. Passeer veel renners. En campers met mensen die ons toejuichen. Ik ben het me eigenlijk nauwelijks bewust. Rij in een roes. De laatste bocht snij ik autoritair in. Aan de binnenkant waar het het stijlst is. Niks geen berekent gedoe en door het midden rijden. Geen tijd voor. Nog een laatste paar snokken. Ik zie de vlaggen op de top wapperen. Ik bibber. De temperatuur is flink gedaald. Onaangenaam. Het wordt tijd om een windjack aan te trekken. Nog tien meter. Ik zie hoe renners midden op de weg stoppen en van hun fiets afkruipen. Daar dan. De top van de Galbrier is in de tas. Doorrijden en met losse armen het windjack aan. Verder knallen. Naar beneden.

De laatste twee uur
Wat nu volgt is feitelijk een lange afdaling naar de voet van Alpe d’Huez. De col du Lautaret wordt nog genomen maar dat mag geen naam hebben. Na La Grave is een stuk vals plat. Hierna valt de weg weer naar beneden richting Barrage Chambon. Na de barrage links de weg naar Les Deux Alpes. Michael Boogaard heeft daar nog huis gehouden. Maar we gaan met gezwinde spoed rechtsaf, de tunnel in. Zonnebril af. Na het plaatsje Le Freney d’Oisans volgt er nog een lastig stukje klim. Zeker na 150 kilomers in de bergen. Weer een tunnel. Naar beneden met nog een paar haarspeldbochten. Bij Le Clapier rechtsaf en dan het laatste gedeelte naar die verdomde Alp. De N91 loopt hier lekker. Je kan de ketting horen genieten. Plotseling rechtsaf. De parkeerplaats. De plek waar je kan stoppen of doorgaan. De kleine of de grote Marmotte? Zeg het maar. Na een paar koeken en een banaan kies ik voor de laatste optie.

De krachten zijn goed verdeeld geweest. Ik pak Alpe d’Huez best soepel. Heel anders dan vorig jaar. Het gaat zeker niet vanzelf. De stress is aanwezig. Mijn hamstrings trekken. Ik blijf doortollen. Geen enkele keer stoppen. Boven op de Alpe onder de standaard finish door. Maar we zijn er nog niet. De echte Marmotte finish ligt verderop. Over het plein linksaf door de tunnel met de houten wanden. Nog een kilometer te gaan. Als vanzelf rij ik in een vrij grote groep met een paar klasbakken die er nog voor willen gaan. Waar gaat het over? Ik zou het niet weten. Maar de ketting van mijn Trek gaat strak. In vliegende vaart wordt de laatste rotonde geschoren. Daar zijn de dranghekken. Daar is het bekende kerkje. Daar is de feesttent waar pasta gescoord kan worden. Daar staan de toeschouwers tegen de hekken geplakt. Ik kan het niet laten mijn voorwiel als eerste van de groep over de finishlijn te drukken.

In de tas
Kees komt naar me toe. Hij al enige tijd binnen. Hij had een half uur oponthoud op de top van de Glandon vanwege het ongeluk. Die tijd is na overleg op z’n Frans van zijn bruto tijd afgetrokken. Hij komt daarmee op 8 uur en 39 minuten. Voor het eerst in de bergen en de Marmotte. En meteen goud in zijn leeftijdscatogorie.
Na een half uur in de rij te hebben gestaan komt mijn tijd en mijn certifikaat eruit rollen. Ook bij mij wordt het oponthoud van drie kwartier er afgetrokken. 9 uur en 27 minuten. Goud.
De Marmotte is in de tas. De ultieme uitdaging, 5 bergen, 5000 hoogtemeters, 6000 deelnemers, 174 km. De voldoening overheerst. Kees en ik slaan elkaar op de schouders. Hij gaat morgen door naar Spanje. Voor mij wordt het weer Holland.

Blues Alpe d’Huez

duizend meter klimmen
voor je boven bent
met al vier cols in de benen
die je oh zo goed kent

Alpe d’Huez
m’n benen vol met stress
Alpe d’Huez

dit is de Marmotte
met de Glandon en de Croix de Fer
na de Telegraph de Galibrier
oh, wat is die tocht nog ver

warm in de dalen
sneeuwwinden op de top
als een ijspegel in de afdaling
en gekromd weer bergop

zes duizend renners
in deze monster Alpenrit
je heb steeds meer voor ogen
of er nog goud voor jou in zit

nog duizend meter klimmen
helemaal kapot omhoog
je denkt “dit is de laatste keer”
en krijgt dat kerkje dan in het oog

Alpe d’Huez
m’n benen vol met stress
Alpe d’Huez


Als je ook nieuwsgierig bent naar de muziek bij dit nummer; de Blues Alpe d’Huez is live te horen op de jaarlijkse Open Dag van Dasia op vrijdag 14 december a.s. (inloop vanaf 18.30 uur); in een uitvoering van het zangtrio ZIN.
.


Kennismaking met... archief

Be One Bikes
Dasia International
AA Drink
Deinum Schoon
Boschmann Car Audio
Roodenberg staalkabels
Restaurant La Ronde
Zwetsat sateliet systemen
Blom aardappelen groente fruit
Stempels
Oolders Omaco
Auto Service Haarlem
Aannemersbedrijf Leen Oostra
Wegman Bouw
HSV de Kampioen homepageContactLinksSitemap