Geschiedenis van H.S.V. De Kampioen

Het eerste begin

Het was in de zomer van 1905 dat enkele jonge Haarlemmers het plan opperden om in hun stad een sportvereniging op te richten met als doelstellingen: het wielrijden, hardlopen en atletiek in Haarlem te bevorderen. De hr. W. Blom riep op 26 juli een groep mensen bijeen in café ’t Centrum aan de Botermarkt in Haarlem. Er waren maar liefst negentien kandidaten bereid een functie in het bestuur te aanvaarden, een luxe-probleem dat we niet meer kennen. Als eerste voorzitter werd J.W. Spinks gekozen en verder zaten in dit eerste bestuur: N.B. Slegt, A. de Haas, W. Blom en J. Tulleken. Het moge duidelijk zijn dat geen van allen nog in leven is. Probleem verder was bij de oprichting het vinden van een juiste naam voor de vereniging.Er werden diverse voorstellen gedaan. Namen die ons op dit moment niet vreemd in de oren klinken: Kennemerland, De Bataaf, Voorwaarts, etc. Deze namen werden allemaal verworpen. Uiteindelijk ging men akkoord met de naam De Kampioen. De geboorte van : Haarlemse Sportvereniging De Kampioen was een feit. R. Stoute komt de eer toe van het bedenken van deze naam. Na de voorspoedige oprichting werden een week later reeds de eerste sportieve prestaties gehouden: hardlopen, snelwandelen en wielrennen. Deze wedstrijden werden meestal gehouden aan de Spaarndamseweg, Julianalaan of bij het Westerhoutpark. Daar vonden ook de eerste clubkampioenschappen plaats.De bestuursleden deden in de beginperiode zelf actief deel aan de wedstrijden. Zo werd Nico Slegt kampioen snelwandelen, terwijl Jan Tulleken zowel lopend als op de weg de sprinttitel behaalde. De eerste goede renners die uit De Kampioen voortkwamen waren behalve Tulleken, die bij gebrek aan sterke tegenstanders meestal bij het hoofdstedelijke Olympia reed en zeven nationale sprintkampioenschappen op zijn naam bracht, het tandempaar J. Koster – J. du Saar, H. van Zon, J. Rootselaar, C. Arnold, J. van Veuren, W. Veuger en J. Cornelissen.

Bloeiperiode

Nieuwe krachten als H. Velleman, Jaap van de Domhof en John van Eck, die jarenlang voorzitter was, deden hun intrede bij De Kampioen. Met name van Eck grossierde in prijzen. Hij won het clubkampioenschap frequent en behaalde in 1917 het nationale sprintkampioenschap. In de Eerste Wereldoorlog was het verenigingsleven behoorlijk aan banden gelegd, maar De Kampioen wist het hoofd boven water te houden. De verhalen die ik over deze periode tegenkwam bevestigen dat. De wedstrijden aan de Elswoutlaan met Jan Tulleken en Jaap van de Domhof in de hoofdrollen en de koppelwedstrijden aan de Westerlaan, waar Piet Kossen en de gebroeders Zweeris hun grootse triomfen vierden. Ook het handicaprondje aan de Leidsevaart was een speciaal gebeuren. Het steeds drukker wordende verkeer in Haarlem zorgde er voor dat in de twintiger jaren de onderlinge krachtmetingen in de Haarlemmermeer plaats vonden. In het begin waren dit ritten zonder toestemming van de autoriteiten (“wilde ritten”). Een veldwachter stond regelmatig klaar om de voortrazende wielrenners op de bon te slingeren. Toch bloeide de wielersport als nooit te voren en toen Sjaak van Egmond in de dertiger jaren als een komeet omhoog schoot, wilde vrijwel elke jongen in Haarlem wielrennen.

"Locomotief"

Jacques van Egmond veroverde zes nationale sprinttitels, werd in 1932 in Los Angelos Olympisch sprintkampioen en greep een jaar later de wereldtitel sprint in Parijs. Door zijn lange eindspurt kreeg hij de bijnaam Haarlemse “locomotief”. Samen met Willem Metz, Ben van Dijk, Kas Fruitema en Herman Moerkerk wist Van Egmond in 1933 het clubkampioenschap op de baan te winnen voor De Kampioen. In een Jan Rijneveld, Tinus Peetoom, Theo en Dorus Drost, Piet van der Heijden, Jan Engel, Cor de Best, Baak, Fabel en Henk Ooms (twee maal nationaal sprintkampioen in 1938 en 1939) had de rood-witte club naast de clubkampioenen uitstekende krachten. Fijn dat in 2006 dat rood-witte in de door Dasia gesponsorde kleding weer terug kwam.

Splitsing

Door de bouw van de Heemsteedse wielerbaan ontwikkelde de baansport in Haarlem en omgeving zich voorspoedig. Helaas ontstond er in 1934 een splitsing in De Kampioen. Een flink aantal leden stapte over naar de nieuw gevormde club RKWV Achilles. Daarna werd de Jonge Kampioen opgericht en als vierde club diende zich toen aan HRC Excelsior. In de Tweede Wereldoorlog zijn de Jonge Kampioen en Achilles verdwenen en gingen de meeste renners van deze clubs over naar De Kampioen. Excelsior was enkele jaren “slapend” geweest, maar trad opnieuw op met veel elan in de competitie.

Peters en Bijster

Ondanks de Tweede Wereldoorlog bracht De Kampioen in die periode 2 grote renners voort: Gerard Peters en Cor Bijster.De slanke Gé Peters werd in 1941 wegkampioen van de amateurs. Toen hij overging naar de profs behaalde hij in 1946 zowel de nationale als de wereldtitel achtervolging. In 1949 vogde hij daar nog een titel aan toe: het kampioenschap van Nederland op de 50km zonder gangmaker. Met Gerrit Schulte als koppelgenoot kwam de oudste van de drie fietsende broers Peters (ook Piet en Tonny waren op de racefiets actief) tot triomfen in de zesdaagsen. Cor Bijster wist driemaal beslag te leggen op het nationale sprintkampioenschap van de amateurs en werd 1i 1945 ook kampioen op de 50km zonder gangmaking. Nadien leverde Cor als prof successen als sprinter en stayer.

Nieuwe Bloeiperiode

Na de bevrijding in 1945 werd het veertigjarig bestaan van De Kampioen gevierd. Er werden een drietal open koersen georganiseerd, waarvan de Ronde van de Haarlemmerhout het meest aansprak. De Kampioen kwam tot nieuwe bloei door een aantal prominenten die de gelederen kwamen versterken:
Gerrit Voorting, Piet Pieters (baankampioen 50 km), Aad Visser (achtervolgingskampioen), Karel Neefs, Piet van Roon (nationaal wegkampioen in 1951), Wim Rusman, Arend van ’t Hof, de zo tragisch bij een verkeersongeluk omgekomen Adrie Voorting (tweevoudig kampioen in 1954 bij de profs) en Piet Steenvoorden (nationaal wegkampioen in 1957).

Vooral in het begin van de vijftiger jaren werd het ene na het andere succes behaald. Ook in ploegverband waren de rood-witten niet te kloppen. Driemaal in successie wisten zij, telkens op een ander parcours, het clubkampioenschap op de weg te behalen. Niet in Alkmaar, maar in Arnhem begon in 1952 de victorie. De ploeg bestond uit: Cor Bijster, Arend van ’t Hof, Piet van Roon, Adrie Voorting, Piet Peters en Wim Rusman. In 1953 werd in Eindhoven  de clubtitel behaald door Gerard Peters, Gerrit Voorting, Adrie Voorting, Wim Rusman, Arend van ’t Hof en Piet van Roon. De omgeving van Wijk bij Duurstede was in 1954 het strijdtoneel en daar lieten Gerard Peters, Wim Rusman, Gerrit Voorting, Arend van ’t Hof, Piet Steenvoorden en Piet Pieters de snelste tijd afdrukken.
Daarna was het gedaan met de successenreeks van De Kampioen. Willibrord Wil Vooruit nam het vaandel over.

Breedtesport

De succesvolle periode van de jaren vijftig zal niet zo gauw zich opnieuw aandienen. Er kwamen evenwel zeker individuele successen. Coen Visser, Henk Peters, Henk Buis, die 3 maal stayerkampioen werd bij de amateurs (één maal officieus), Henk Koger, Ted Blom, Piet Steenvoorden (nationaal wegkampioen in 1957) en Jan van der Horst. Jan werd nationaal wegkampioen in 1966 en triomfeerde datzelfde jaar in Olympia’s Toer door Nederland. Trouwens (we lezen 2007) fietst jan nog steeds bij de masters zijn rondjes mee.

Ook Peter van de Knoop, John de Bie, Hans van de Putte, Jan van Wijk, Ragnar Martens, Ab Harren en Marcel Philips rijden zich in de kijker. De top is echter duidelijk smaller, maar in de breedte groeit de club door het toerfietsen en het trimmen. Ook de dames doen hun intrede bij De Kampioen. Met name Joke Barnhorn wette diverse goede prestaties neer.

De toekomst van de 75-jarige club ziet er positief uit en de voorzitter geeft aan dat optimistisch naar het eeuwfeest kan worden uitgekeken.

Toerclub HSV De Kampioen floreert

In de winter van 1971/1972 ontstond bij Nevill Schenk en Herman Neeskens het plan om een toerclub op te richten. De oprichting was een uniek gebeuren, omdat er in die tijd nog niets op trim- of toergebied te doen was. Schenk en Neeskens voelden niets voor aansluiting bij de Nederlandse Rijwiel Toer Unie, omdat het dan allemaal te duur zou worden. De twee initiatiefnemers wilden meer naar het idee van fietstochten voor het hele gezin zonder lidmaatschap of andere verplichtingen. Men betaalde voor deelname gewoon één gulden per rit. De afstand van de tochten werd bepaald op ongeveer 35 kilometer. Zij zetten diverse tochten uit in de omgeving, die ook nog jaren later worden gereden. Het organiseren van de tochten was in die jaren geen pretje, want De Kampioen had geen kantine of clubhuis, alles moest in de open lucht gebeuren op de parkeerplaats van het Van der Aart Sportpark. Elke zondag zaten de organisatoren – weer of geen weer – op de stoep te wachten op deelnemers.

De allereerste tocht werd op zondag 7 mei 1972 verreden met veertig deelnemers. Vanaf dat moment was de toerclub actief. Tevens werd  in 1972 een oliebollenrit georganiseerd, die jarenlang tussen kerst en nieuwjaar gehouden werd. Een zak oliebollen voor alle deelnemers was de beloning. De rijwielavondvierdaagse werd door “de toerbazen” Schenk en Neeskens voor het eerst georganiseerd in juni 1973 met medewerking van Bato-Haarlem. Neeskens kreeg voor zijn verdiensten voor de club in 1973 de Wout Hoolboom-beker, die nu nog elk jaar uitgereikt wordt aan iemand met verdiensten voor de club. Het vertrek- en aankomstpunt werd in 1978 verplaatst naar het Spaarnwouderbos, waar De Kampioen een nieuw parcours en clubhuis ter beschikking kreeg. Ondanks de grotere afstand bleef het aantal deelnemers hetzelfde. De samenstelling van de groep veranderde wel. Er kwamen steeds meer snelle “toerders” op racefietsen en het aantal pure recreanten nam af. De toerclub leverde ook de nodige wielrenners op. Door drukke bezigheden en omdat hij zelf weer wilde gaan fietsen droeg Herman Neeskens in 1978 zijn taken over aan Aad en Sylvia Griekspoor.

Het 75-jarig jubileum

In het jubileumjaar staat Jan van Riessen weer aan het roer van het rood-witte “schip” en houdt hij het keurig op koers. Hij neemt het voorzitterschap over van Aad Straver. Terzijde werd hij gestaan door een secretariaat , bestaande uit de dames Plônie van Leeuwen en Jeanette van Kampen. Voor die tijd heel bijzonder, want dames kwam je in de wielerbesturen nauwelijks tegen. Jeanette was bovendien nog redactrice van het clubblad “De Sprinter”. Penningmeester was Theo Neeskens, die bekend stond als een man die op de kleintjes lette.

Kritiek heeft Jan van Riessen op de renners, die met name veel kritiek uitoefenden op de wedstrijdcommissie. Dat verschijnsel kennen we niet meer tegenwoordig. Veel renners uiten waarderende woorden over de vrijwilligers die altijd klaar staan om het rijden voor de coureurs mogelijk te maken. Laten we zuinig blijven omgaan met onze vrijwilligers, maar schroom niet suggesties te doen om het nog beter te laten lopen.

In 1980 werd de wedstrijdcommissie gevormd door: P. de Bie, J. van Leeuwen, F. Kock, D. Laviere, G. Duinker en H. van Leeuwen. Jeugleider was J. Koster en voorzitter van de kaartclub D. Laviere.

(wordt vervolgd)

H.S.V. de Kampioen wielrennen H.S.V. de Kampioen wielrennen H.S.V. de Kampioen wielrennen